
Een dag in het leven van een koffieboer in Guatemala op 2.000 meter hoogte.
Ergens in de bergen van Huehuetenango, Guatemala, begint de dag voor andere mensen hun dag begint.
Om 5 uur 's ochtends is het nog donker. Maar op een koffieboerderij op 2.000 meter hoogte wacht het werk niet op het eerste daglicht. Eerst koffie — uiteraard. Niet uit een dure machine. Gewoon, op het vuur. Sterk, zwart, snel.
Dan het land op.
De hellingen van Huehuetenango zijn hoog en droog, beschermd door warme winden vanuit Mexico. Die wind is geen detail — hij is de reden waarom koffie hier zo hoog groeit, en zo langzaam rijpt. Langzaam rijpen betekent meer smaak. Meer smaak betekent een betere kop.
Het plukken is handwerk. Kersen voor kersen, rij voor rij. Veel boeren in Huehuetenango werken nog met traditionele methoden en plukken alles met de hand. Dat klinkt romantisch. Het is vooral zwaar. Rugpijn, zon, herhaling. Maar ook: precies weten welke kers rijp genoeg is. Dat weet je niet uit een handleiding. Dat weet je na jaren ervaring en koffie proeven.
Tegen de middag zijn de geplukte kersen klaar voor verwerking. Omdat Huehuetenango zo afgelegen is, verwerken de meeste boeren de koffie zelf. Wassen, drogen op patio's in de zon, controleren. De weersomstandigheden bepalen mee hoe het eindresultaat smaakt.
Wat maakt een koffieboer gelukkig? Waarschijnlijk niet één groot moment. Eerder kleine dingen. Een goede oogst. Regen op het juiste moment. Kinderen die meehelpen. En ergens, ver weg, iemand die zijn koffie drinkt en even pauzeert.
Dat moment — dat ben jij.